Pseudo-eindheffing II: waarom afwachten als het u straks dubbel geld kost

Deel het
Pseudo-eindheffing, elektrische auto

Update juni 2026. De blog van 30 mei 2026 is bijgewerkt naar aanleiding van de Kamerbrief van 22 juni 2026 en het Kamerdebat van 24 juni 2026.

Pseudo-eindheffing: waarom afwachten als het u straks dubbel geld kost

De pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s is definitief. Op 22 juni 2026 kondigde het kabinet aanpassingen aan, op 24 juni debatteerde de Tweede Kamer erover. Veel werkgevers lezen die aanpassingen als uitstel. Dat is de duurste denkfout die u dit jaar kunt maken.

In deze blog leest u wat er op 22 juni feitelijk veranderde, waarom de heffing zelf onverkort overeind blijft, en welke gevolgen dat heeft voor uw contractstrategie. We vertalen de actualiteit naar concrete stappen voor uw wagenpark.

De heffing staat vast, de aanpassingen bevestigen dat

Laten we eerst een hardnekkig misverstand wegnemen. De pseudo-eindheffing wordt niet teruggedraaid. Per 1 januari 2027 betalen werkgevers jaarlijks 12% over de cataloguswaarde van een fossiele personenauto, mits die ook privé en voor woon-werkverkeer wordt gereden. Die maatregel is onderdeel van het Belastingplan 2026 en aangenomen wetgeving.

De aanpassingen van 22 juni raken de uitvoering, niet het principe. Sterker, ze bevestigen dat de heffing doorgaat. Het kabinet schaaft de scherpe randen bij en laat de kern intact.

Wat de Kamerbrief van 22 juni wél veranderde

Staatssecretaris Eerenberg stuurde op 22 juni een Kamerbrief met een aantal concrete versoepelingen. Voor de gemiddelde werkgever zijn deze relevant:

  • Vervangend vervoer bij onderhoud, reparatie of schadeherstel is vrijgesteld tot maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen, ongeacht of het een elektrische of fossiele auto betreft.
  • Overige korte zakelijke inzet is vrijgesteld tot maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen, eenmaal per jaar per kenteken per werkgever. Deze uitzondering vervalt op 1 januari 2031.
  • Lesauto’s van rijscholen worden volledig vrijgesteld.
  • De overgangsregeling wordt verlengd. De einddatum schuift op van 17 september 2030 naar 1 januari 2031.

Belangrijk om te weten. Dit zijn toezeggingen. De uitwerking volgt in het Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. De Tweede Kamer debatteerde er op 24 juni over en grote wijzigingen worden niet verwacht. Het onderscheid is wezenlijk. De heffing zelf is wet. De versoepelingen zijn aangekondigd beleid.

Daarnaast kondigde het kabinet een bredere herziening aan. Denk aan een greentimerregeling voor gebruikte elektrische auto’s en een mogelijke nieuwe grondslag voor de motorrijtuigenbelasting op basis van voertuigafmetingen. Besluitvorming daarover volgt later. Voor uw wagenparkbeslissingen van nu is dat context, geen reden om te wachten.

Waarom dit geen uitstel is

Voor een werkgever met een regulier wagenpark verandert er aan de kern niets. Uw fossiele auto die ook privé wordt gereden, valt vanaf 2027 onder de heffing. De versoepelingen gelden voor uitzonderingssituaties, niet voor de vaste auto van de zaak. Wachten levert u daarom geen vrijstelling op. Het levert u vooral verloren voorbereidingstijd op.

Route 1: de rekening van overhaast beslissen

Stel, u wacht tot het laatste moment. Dan komt de besluitvorming samen op één piekmoment. Contracten lopen af, de OR moet instemmen, laadinfrastructuur ontbreekt nog en de leasemarkt zit krap. Onder die druk neemt u zelden de beste beslissing.

Bovendien speelt de markt mee. Restwaardes van fossiele auto’s staan onder druk en de levertijden van elektrische modellen variëren sterk. Wie pas in 2026 of begin 2027 in actie komt, onderhandelt vanuit de zwakste positie. Daardoor betaalt u te veel, of u kiest noodgedwongen voor een suboptimale oplossing.

Goed mobiliteitsmanagement werkt precies andersom. U spreidt beslissingen, u benut natuurlijke contractmomenten en u houdt regie. Zo voorkomt u dat externe deadlines uw keuzes bepalen.

Route 2: de rekening van onwetendheid

De tweede route is subtieler, maar minstens zo kostbaar. De heffing rekent hard af met onwetendheid. Eén verkeerd ingeschatte contractlooptijd werkt jaren door.

Let vooral op de overgangsregeling. Auto’s die vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, vallen onder het overgangsrecht. Sinds 22 juni loopt dat overgangsrecht niet tot 17 september 2030, maar tot 1 januari 2031. Daarna geldt de heffing alsnog, ongeacht wanneer de auto in gebruik is genomen.

Die verlenging is in uw voordeel, mits u de looptijd bewust kiest. Een fossiel contract dat vóór 1 januari 2027 ingaat en uiterlijk 31 december 2030 eindigt, valt nu volledig binnen het overgangsrecht. Een contract dat per 1 januari 2026 ingaat met een looptijd van 60 maanden eindigt op 31 december 2030 en blijft daarmee de hele rit vrijgesteld. Onder de oude einddatum was dat niet het geval.

De valkuil blijft echter bestaan. Stelt u een fossiele auto pas in 2027 voor het eerst ter beschikking, dan geldt het overgangsrecht niet en betaalt u vanaf de eerste maand. En kiest u een looptijd die doorloopt tot ná 1 januari 2031, dan betaalt u over de resterende maanden alsnog de volledige heffing. Wie dit niet scherp heeft, tekent vandaag onbewust een dure verplichting.

Wat de heffing concreet kost

Een rekenvoorbeeld maakt de impact tastbaar. Voor een benzineauto met een cataloguswaarde van 50.000 euro die ook voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld, is de werkgever op jaarbasis 12% verschuldigd, oftewel 6.000 euro per jaar. Dat bedrag komt bovenop de bestaande leasekosten.

Voor een groter wagenpark loopt dit snel op. Een bedrijf met tien fossiele leaseauto’s met een gemiddelde cataloguswaarde van 45.000 euro betaalt 54.000 euro per jaar aan pseudo-eindheffing alleen. Over een contractperiode van vier jaar telt dat op tot meer dan twee ton.

Een werkgeverslast, geen werknemerslast

Een rekenvoorbeeld maakt de impact tastbaar. Voor een benzineauto met een cataloguswaarde van 50.000 euro die ook voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld, is de werkgever op jaarbasis 12% verschuldigd, oftewel 6.000 euro per jaar. Dat bedrag komt bovenop de bestaande leasekosten.

Voor een groter wagenpark loopt dit snel op. Een bedrijf met tien fossiele leaseauto’s met een gemiddelde cataloguswaarde van 45.000 euro betaalt 54.000 euro per jaar aan pseudo-eindheffing alleen. Over een contractperiode van vier jaar telt dat op tot meer dan twee ton.

De voordelen van nu handelen

Vroeg beginnen levert direct rendement op. Voor u als werkgever betekent het grip op kosten, een sterkere onderhandelingspositie en een beheersbaar transitietempo. U stuurt bovendien gericht op CO2-reductie, wat aansluit op uw WPM-verplichtingen.

Voor uw medewerkers pakt het net zo gunstig uit. Een tijdig opgezette overstap naar elektrisch of een mobiliteitsbudget biedt keuzevrijheid en duidelijkheid. Niemand wordt overvallen door een haastige regelingswijziging. Daardoor stijgt de adoptie en daalt de weerstand.

Uw checklist voor de komende maanden

Begin klein, maar begin nu. Onderstaande stappen geven u binnen enkele weken overzicht.

  • Inventariseer alle leasecontracten en noteer de einddatum. Markeer elk fossiel contract dat doorloopt na 1 januari 2027 en na 1 januari 2031.
  • Bereken de gecumuleerde heffingslast over uw fossiele wagenpark voor de komende vier jaar.
  • Beoordeel bij elke verlenging of nieuwe aanvraag of een elektrisch alternatief past binnen budget en functie.
  • Toets nieuwe fossiele contracten op looptijd. Stel de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking en laat het contract eindigen vóór 1 januari 2031 om het overgangsrecht te benutten.
  • Betrek uw OR vroegtijdig, want een wijziging van de autoregeling vraagt vaak om instemming.
  • Verken alternatieven zoals een mobiliteitsbudget, private lease of fietslease via bruto-nettoloonruil.

Slot: afwachten is een actieve keuze, met een prijskaartje

Afwachten voelt als de veilige optie. In werkelijkheid is het de duurste. U betaalt namelijk twee keer. Eerst aan beslissingen die u onder druk en op het verkeerde moment neemt. Daarna aan een heffing die geen rekening houdt met goede bedoelingen of late inzichten.

De aanpassingen van 22 juni veranderen dat beeld niet. De heffing komt er, de versoepelingen betreffen de randen, en de verlengde overgangstermijn is een planningskans die u alleen benut door nu te handelen. Dit is het moment om regie te pakken in plaats van af te wachten.

Wilt u weten wat de pseudo-eindheffing concreet betekent voor uw wagenpark? Masters in Mobility brengt uw contractrisico’s in kaart en vertaalt de regeling naar een passend plan. Onafhankelijk, en altijd aan de kant van de werkgever. Bel 085 130 2490 of mail naar info@mastersinmobility.com. Bekijk ook de volledige analyse in onze presentatie.

Bron: Belastingplan 2026 en Kamerbrief Stand van zaken autobelastingen van 22 juni 2026 (Rijksoverheid). Stand: juni 2026.