Mobiliteit verdient een doel, geen restpost
In september en oktober vullen HR en Finance de begroting voor 2027. In diezelfde weken beweegt het fiscale kader onder hun voeten. De onbelaste reiskostenvergoeding is per 1 januari 2026 al verhoogd van 0,23 naar 0,25 euro per kilometer, vooruitlopend op het Belastingplan 2027 dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. De regels over mobiliteit veranderen dus precies op het moment dat organisaties er hun geld voor vastleggen. Dat maakt dit najaar het echte beslismoment, niet het HR-jaarplan dat er los van staat.
Wat feitelijk nu geldt
Twee instrumenten zijn op dit moment relevant voor werkgevers.
- De fiets van de zaak kent een bijtelling van 7 procent van de consumentenadviesprijs inclusief btw, ook in 2026. Privégebruik is onbeperkt toegestaan. Bron: Belastingdienst en Rijksoverheid, peildatum juli 2026.
- De onbelaste reiskostenvergoeding is verhoogd naar 0,25 euro per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Dat bedrag geldt forfaitair voor alle vervoersvormen, dus ook voor de eigen fiets, het ov en lopend. De staatssecretaris van Financiën keurde dit vooruitlopend goed in een beleidsbesluit van 21 mei 2026. De maatregel wordt formeel opgenomen in het Belastingplan 2027. Bron: Belastingdienst, peildatum juli 2026.
Belangrijk voorbehoud. De definitieve uitwerking loopt via Prinsjesdag, 15 september 2026. Wie nu begroot, doet dat terwijl de spelregels nog worden vastgelegd. Controleer de bedragen vlak voor een besluit.
Waarom dit meer is dan een reiskostenregel
Een reiskostenvergoeding lijkt een boekhoudkundige keuze. Dat is ze niet. Ze raakt aan twee vraagstukken die op directieniveau spelen.
Het eerste is bereikbaarheid. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid stelde in oktober 2025 vast dat inwoners hun reismogelijkheden gemiddeld een 8,1 geven, maar dat 1 op de 9 een werklocatie, huisarts, ziekenhuis of supermarkt weleens niet goed kan bereiken. Bereikbaarheid is geen abstractie, het is voor een deel van de beroepsbevolking een dagelijks knelpunt. Het kabinet erkende dat in het standpunt Bereikbaarheid op peil (2025).
Het tweede is vitaliteit. Uit Fietsfeiten, met als hoofdbron Fietsfeiten 2023 van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, blijkt dat mensen die vier keer per week naar het werk fietsen minder vaak ziek zijn dan niet-fietsers, en dat regelmatig fietsen de kans op hart- en vaatziekten, diabetes en overgewicht verkleint. In economische termen: fietsen levert externe baten in de vorm van minder ziektelast en hogere productiviteit door betere fitheid (CE Delft, 2022, via KiM). Dat is precies waar fysieke en mentale fitheid, betrokkenheid en arbeidsvreugde samenkomen met een cijfer dat Finance begrijpt: verzuim.
Wat dit in de praktijk betekent
Er zijn grofweg twee manieren om mobiliteit in de begroting 2027 te zetten.
De eerste is reactief. Een bedrag naast de bestaande post, iets hoger dan vorig jaar, omdat de vergoeding is gestegen. Het resultaat is een regeling op papier waarvan niemand weet wat ze oplost.
De tweede is doelgericht. Eerst het probleem benoemen dat het geld moet oplossen: parkeerdruk, onvoorspelbare woon-werkritten, verzuim, of het aantrekkelijker maken van de arbeidsvoorwaarden. Daarna pas het instrument kiezen dat daarbij past. In die volgorde wordt mobiliteit een meetbaar onderdeel van het secundaire voorwaardenpakket, met een KPI eronder, in plaats van een kostenregel zonder richting.
Mijn analyse
De begrotingsronde is dit jaar het scharnierpunt voor secundaire arbeidsvoorwaarden. Wie mobiliteit begroot als losse post, mist de samenhang met bereikbaarheid, vitaliteit en betrokkenheid. Wie mobiliteit begroot als systeem, koppelt een bedrag aan een doel en een meetbaar effect. Dat laatste vraagt één beslissing vooraf, geen groot project: leg vast welk probleem het plan moet oplossen en waaraan u succes afmeet. Zonder dat vertrekpunt is elke euro een aanname.
De volledige werkwijze in vijf lagen, van aanleiding tot geborgd plan, staat op de webpagina fietsbeleid. Dat is mijn eigen methode, dus weeg ze op haar argumenten.
Bronnen. Belastingdienst en Rijksoverheid, fiets van de zaak en onbelaste kilometervergoeding, peildatum juli 2026, definitieve uitwerking via Belastingplan 2027 op Prinsjesdag 16 september 2026. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, Hoe kijken de inwoners van Nederland tegen mobiliteit en bereikbaarheid aan?, oktober 2025. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Bereikbaarheid op peil, 2025. Fietsfeiten, hoofdbron Fietsfeiten 2023, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. CE Delft, 2022, via KiM.



