Je biedt een fietsplan aan. Waarom fietst bijna niemand?

Deel het

Je biedt een fietsplan aan. Waarom fietst bijna niemand?

Werkgevers omarmen de fiets als arbeidsvoorwaarde. Het gebruik groeit niet mee. Volgens recente cijfers laat bijna vier op de vijf werknemers de regeling liggen. Dat ligt niet aan de werknemer. Het is een beleidsvraag, en die ligt bij jou.

Het aanbod groeit, het gebruik blijft achter

Intelligence Group analyseerde ruim achttien miljoen vacatures. In 2021 noemden 4.047 vacatures een fietsregeling. In 2026 waren dat er al 11.076. De zorg loopt voorop. Daar steeg het aantal vacatures met een fietsregeling van 1.273 naar 2.264.

Ook op de weg is de groei zichtbaar. Bij de leden van de VNA staan inmiddels ruim 100.000 leasefietsen (VNA, Q1 2026).

Daar staat een ander beeld tegenover. Uit data van Lease a Bike blijkt dat 78% van de werknemers met toegang tot een fietsregeling er geen gebruik van maakt. Eerder onderzoek wees al op een belangrijke oorzaak. 85% van de werknemers weet niet of de werkgever een leasefietsregeling aanbiedt, blijkt uit onderzoek in opdracht van Lease a Bike.

Een kritische noot is op zijn plaats. Beide cijfers komen van een marktpartij. Lees ze als signaal, niet als exacte maat. Niet elke werknemer zonder leasefiets is een gemiste kans. Wie al een goede fiets heeft en die wil houden, maakt een logische keuze. Afstand tot het werk is daarentegen geen reden om af te haken. De leasefiets is niet beperkt tot woon-werkverkeer. Ook wie ver van het werk woont, kan gewoon deelnemen. De regeling wordt steeds vaker gebruikt voor privégebruik of voor meerdere fietsen binnen een gezin. Toch blijft het beeld overeind, ook met een ruime marge. Aanbod en gebruik liggen ver uit elkaar.

Een regel in de vacature is nog geen beleid

Een fietsregeling in de vacaturetekst helpt bij werving. Over wat er daarna gebeurt, zegt het weinig. Tweewieler ziet het adviesgesprek in de fietswinkel als belangrijkste kanaal om werknemers over de streep te trekken. Die rol is waardevol. Alleen komt de winkelier pas in beeld als je medewerker al binnenstapt.

De eerste drempel ligt eerder. Weet je medewerker dat de regeling bestaat? Begrijpt hij wat het hem oplevert? Dat bepaal jij als werkgever, niet de fietsenwinkel.

Drie aannames die we in de praktijk steeds tegenkomen

Bij onze advies opdrachten zien we dat beleidsbepalers het fietsplan vaak laten liggen op basis van aannames die niet kloppen.

Aanname 1. “Een fietsplan is vooral iets leuks voor de werknemer.”
Een fietsplan raakt ook bereikbaarheid, parkeerdruk, vitaliteit en CO2-uitstoot. Intelligence Group verklaart de groei in de zorg onder meer uit parkeerdruk bij zorglocaties, veel regionale ritten in de thuiszorg en de e-bike als alternatief bij onregelmatige diensten. Tegelijk ligt het ziekteverzuim boven het gemiddelde van de afgelopen dertig jaar, met de zorg als koploper op 8,2% (CBS).

Daarbij komt 2027. Per 1 januari geldt een pseudo-eindheffing van 1% per maand over de cataloguswaarde van fossiele leaseauto’s. Je mobiliteitsbeleid ligt dus toch al op tafel. De fiets hoort in dat gesprek, niet ernaast.

Aanname 2. “Een fietsplan kost ons veel tijd.”
De inhoudelijke keuzes maak je één keer. Wie komt in aanmerking? Draag je bij? Wat gebeurt er bij uitdiensttreding? Bij een professionele aanbieder ligt het grootste deel van de uitvoering daarna bij die aanbieder. De tijd zit vooral in het besluiten, niet in het beheren.

Aanname 3. “Als we het aanbieden, vinden medewerkers het vanzelf.”
Eén intranetbericht bij de start is niet genoeg. Veel medewerkers denken bovendien dat de regeling alleen bedoeld is voor wie naar het werk fietst. Dat is niet zo. Ook het financiële voordeel wordt onderschat. De hardnekkige misvatting dat leasen duurder is dan zelf kopen, speelt volgens Tweewieler een rol.

Het rekenvoorbeeld in hetzelfde artikel laat het tegendeel zien. Bij een modaal inkomen van € 3.700 bruto en een e-bike van € 2.900 bespaart de werknemer ruim € 688 (18,1%) ten opzichte van zelf kopen. Herinvesteert de werkgever ook de besparing op sociale lasten, dan loopt dat op tot ruim € 1.210 (31,9%). Het werkelijke voordeel hangt af van inkomen, looptijd en voorwaarden. Let vooral op dat tweede getal. Dat is een keuze van de werkgever, en daarmee een directe hefboom.

Vijf vragen voor je volgende MT-overleg

  • Weten we hoeveel medewerkers de regeling gebruiken, en hoeveel er recht op hebben?
  • Weet iedere medewerker dat de regeling bestaat, ook wie na de lancering in dienst kwam?
  • Leggen we het netto voordeel concreet uit, met een rekenvoorbeeld op ons eigen salarisgebouw?
  • Geven we de besparing op werkgeverslasten door aan medewerkers, of houden we die zelf?
  • Past het fietsplan in ons bredere mobiliteitsbeleid, inclusief de leaseautokeuzes richting 2027?

Kun je twee of meer vragen niet met zekerheid beantwoorden? Dan heb je een regeling, maar nog geen beleid.

Van regeling naar resultaat

De fiets is als arbeidsvoorwaarde volwassen. Het gebruik is dat nog niet. Dat verschil maak je niet op de winkelvloer, maar in je eigen beleid.

Masters in Mobility kijkt onafhankelijk naar je volledige mobiliteitsbeleid. We brengen in kaart waar je fietsplan blijft hangen en wat het je organisatie kan opleveren. Wil je weten hoe dat voor jouw organisatie uitpakt? Bel ons voor een kort kennismakingsgesprek.