Mobiliteitsmaatregelen 2026: de balans na Prinsjesdag 2025

Deel het

Mobiliteitsmaatregelen 2026: de balans na Prinsjesdag 2025

Op Prinsjesdag 2025 schetsten wij welke mobiliteitsmaatregelen eraan kwamen. Inmiddels is een deel daarvan doorgevoerd. Daarom maken we nu de balans op. Wat veranderde er in 2026 echt, en wat betekent dat voor uw kosten?

Dit is deel 1 van een tweeluik. In dit deel kijken we terug op wat er is ingevoerd. In deel 2 blikken we vooruit naar Prinsjesdag 2026 op 15 september. Samen geven ze u grip op de total cost of mobility voor de komende jaren.

Total cost of mobility: de enige bril die klopt

Losse maatregelen lijken klein. Toch tikt de optelsom hard aan. Een hogere belasting hier, een nieuwe heffing daar, en tegelijk een ruimere reiskostenvergoeding.

Wie alleen naar de leaseprijs kijkt, mist het echte plaatje. Daarom rekenen wij met total cost of mobility, oftewel alle vervoerskosten samen. Zo ziet u waar geld weglekt en waar ruimte ontstaat. Onze wagenparkadvies-pagina laat zien hoe die doorrekening werkt.

Wat betekent 2026 voor de auto van de zaak?

Voor elektrische auto’s veranderde er veel. De bijtelling bleef lager dan eerder gedacht. Voor een EV met eerste toelating in 2026 geldt 18% over de eerste 30.000 euro, en 22% daarboven. De medewerker houdt daardoor een reëel voordeel, zij het kleiner dan in 2025.

De motorrijtuigenbelasting pakte juist ongunstig uit. In 2025 betaalde een EV nog 25% van het tarief. Vanaf 2026 geldt een korting van 30%, waardoor u 70% betaalt. Voor een middenklasse EV loopt dat op tot honderden euro’s per jaar extra.

Bovendien verdween de MRB-korting voor plug-in hybrides volledig. Daardoor werd juist de PHEV, lang de tussenoplossing, fiscaal minder aantrekkelijk. Wilt u de overstap goed doorrekenen, kijk dan op onze pagina over de EV-transitie.

De pseudo-eindheffing: nog niet betaald, wel al sturend

De grootste verschuiving zit in de toekomst. Vanaf 1 januari 2027 betalen werkgevers een pseudo-eindheffing over fossiele auto’s van de zaak. Het gaat om 12% per jaar over de cataloguswaarde. Deze heffing is inmiddels aangenomen wet.

In juni 2026 verzachtte het kabinet de uitvoering. Zo schuift de overgangsregeling op van 17 september 2030 naar 1 januari 2031. Ook komen er vrijstellingen voor vervangend vervoer en voor lesauto’s. Deze aanpassingen worden nog vastgelegd in het Belastingplan 2027.

Concreet betekent dit iets belangrijks. Wie vóór 2027 een fossiel contract sluit, koopt daarmee overgangstijd tot 2031. Hoe dat uitpakt, leest u in ons dossier over de pseudo-eindheffing.

Reiskostenvergoeding en accijns: directe winst voor de medewerker

Niet alles werd duurder. De onbelaste reiskostenvergoeding steeg met terugwerkende kracht van 0,23 naar 0,25 euro per kilometer. Dat geldt voor heel 2026 en de jaren daarna. Voor de medewerker is dit direct voordeel op elke woon-werkkilometer.

Daarnaast bleef de tijdelijke accijnskorting op brandstof van kracht. Hierdoor bleven de pompprijzen lager dan zonder korting. Voor de werkgever ontstaat zo meer fiscale ruimte, mits u de verhoging ook daadwerkelijk doorvoert.

WPM en bestelauto's: minder papier, hogere aanschaf

Op administratief vlak werd het lichter. De rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit geldt sinds 2026 pas vanaf 250 werknemers, in plaats van 100. Voor het MKB vervalt daarmee een verplichting.

Toch verdwijnt zo ook het ingebouwde inzicht in mobiliteitskosten en CO2. Dat inzicht blijft juist waardevol, ook zonder plicht. Meer hierover leest u bij WPM-rapportage.

Voor bestelauto’s ging de rekening juist omhoog. Sinds 2025 geldt BPM op lichte bedrijfswagens. Daardoor werd de aanschaf van een nieuwe bus fors duurder. In combinatie met de zero-emissiezones wordt de bestelbus zo een directiebesluit, zoals we uitwerkten in ons artikel over ZE-zones in 2027.

Wat betekent dit voor uw mobiliteitsbeleid?

De rode draad is duidelijk. Fossiel rijden wordt stapsgewijs duurder. Elektrisch blijft aantrekkelijk, maar minder vanzelfsprekend dan voorheen. En de vaste lasten verschuiven van brandstof naar belasting en heffing.

Drie concrete stappen helpen u nu:

  • Reken uw wagenpark door op total cost of mobility, dus niet op leaseprijs alleen.
  • Leg vóór 2027 vast welke fossiele contracten u nog wilt verlengen.
  • Voer de hogere reiskostenvergoeding bewust in, als arbeidsvoorwaarde en als koopkrachtsteun.

Zo houdt u grip op de kosten. Tegelijk blijft u een aantrekkelijke werkgever. Het volledige overzicht tot 2031 vindt u op onze fiscale tijdlijn.

Veelgestelde vragen over de mobiliteitsmaatregelen in 2026

Wat betaalt een werkgever vanaf 2027 voor een fossiele auto van de zaak? Vanaf 1 januari 2027 geldt de pseudo-eindheffing van 12% per jaar over de cataloguswaarde. Auto’s die u vóór 2027 ter beschikking stelt, vallen tot 1 januari 2031 onder het overgangsrecht.

Hoeveel bedraagt de bijtelling voor een elektrische auto in 2026? Voor een EV met eerste toelating in 2026 geldt 18% over de eerste 30.000 euro. Daarboven betaalt de medewerker 22%.

Geldt de WPM-rapportageplicht nog voor het MKB? Nee. Sinds 2026 geldt de plicht pas vanaf 250 werknemers. Kleinere werkgevers mogen vrijwillig rapporteren.

Wat is de onbelaste reiskostenvergoeding in 2026? De maximale vergoeding is 0,25 euro per kilometer. Deze verhoging geldt met terugwerkende kracht voor heel 2026 en de jaren daarna.

Deel 2 volgt: de vooruitblik

Dit was deel 1, de terugblik. In deel 2 kijken we vooruit naar Prinsjesdag 2026 en het Belastingplan 2027. Wilt u nu al weten wat de maatregelen voor uw organisatie betekenen? Plan een adviesgesprek met Masters in Mobility. Samen vertalen we beleid naar een scherpe total cost of mobility.

Bron: Kamerbrief autobelastingen 22 juni 2026, aanpassing pseudo-eindheffing. Bron: Belastingplan 2026. Bron: Ondernemersplein, Rijksoverheid, MRB-korting emissievrije auto’s. Bron: RVO en Werkgeverslijn, WPM-rapportageverplichting. Bron: Staatscourant 21 mei 2026, onbelaste reiskostenvergoeding.